Het gebruik van "hen" en "hun"

© mei 2008 Paul Cooijmans

Introductie

Het juiste gebruik van de woorden "hen" en "hun" is een van de moeilijkste aspecten der Nederlandse taal. De regels ervoor dateren naar men zegt uit de zeventiende eeuw en zijn kunstmatig, dat wil zeggen bedacht en niet spontaan tot stand gekomen in de levende taal.

Het verwisselen van "hen" en "hun" geldt niet als fout, en er zijn tegenwoordig consciëntieuze auteurs die een vereenvoudigde versie van de regels hanteren: Zij gebruiken "hun" slechts in de bezittelijke vorm en "hen" in alle gevallen van meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp of lijdend voorwerp.

Toch valt er wat te zeggen voor het handhaven van bestaande regels; dat geeft een longitudinale stabiliteit aan de taal, die verkiesbaar is boven het voortdurend zwalken waaraan het Nederlands helaas zo onderhevig is met al haar spellingwijzigingen en gesanctioneerde fouten. Het voordeel van stabiliteit blijkt uit het feit dat men in het Engels het werk van bijvoorbeeld Shakespeare nog met weinig moeite kan lezen, terwijl Nederlandse teksten na enkele eeuwen onleesbaar worden voor wie zich niet door studie in oude taal verdiept heeft.

De "Dikke Van Dale" speelt een bijzonder laffe rol in deze taalverloedering; zodra een fout enkele jaren door een groot aantal mensen gemaakt is, wordt die als juist taalgebruik aangemerkt. Een voorbeeld is "eigenaresse", dat sinds eind jaren negentig als geldig alternatief voor "eigenares" is opgenomen omdat zovelen het maar fout bleven zeggen. Maar "eigenares" is al de vrouwelijke vorm van "eigenaar"! Het "-se" erachter impliceert dat een eigenares mannelijk is!

Door dit zwalkend beleid op korte termijn en het toegeven aan weerbarstige fouten van de verbaal zwakbegaafde massa zal een Nederlandse tekst van nu archaïsch aandoen of onleesbaar zijn over een of twee eeuwen. Dat is onwenselijk. Taal die leeft ontwikkelt zich, maar bij voorkeur in een opwaartse evolutie met behoud van de leesbaarheid van bestaande tekst, en niet in een degeneratief proces terug naar de apenkreten, cultuur en beschaving vergetende.

Als men bij het metselen van een muur steeds alleen naar de voorafgaande laag stenen kijkt, zal de muur naarmate hij hoger wordt gaan hellen naar deze of gene zijde en uiteindelijk omvallen. Om een stabiele muur te verkrijgen moet men naar alle voorgaande lagen kijken en zorgen dat men daarmee een rechte verticale structuur maakt.

De situaties

Het onderwerp in de derde persoon meervoud: Zij

In deze situatie is het gebruik van "hen" of "hun" uit den boze. Slechts mensen met bijzonder weinig taalbeheersing zeggen hier wel zeer foutief "hun". Zulken kenmerken zich door het maken van diverse andere typische fouten: "Hun hebben meer taalgevoel als ons".

De bezittelijke vorm: Hun

Dit wordt zelden fout gedaan, en in de vereenvoudigde versie van de regels is dit de enige situatie waarin "hun" gebruikt wordt. Een valkuil is dat bij een iets andere formulering van zo'n zin er geen sprake meer is van de bezittelijke vorm, maar van een voorzetselvoorwerp: "Die lekke boot is van hen!" Daar is het dus geen "hun", al bestaat de verleiding er dat van te maken.

In een voorzetselvoorwerp: Hen

In deze situatie is "hen" het indirect object, het object dat zijdelings bij de handeling betrokken is maar die niet zelf ondergaat. Een indirect object voorafgegaan door een vast (bij het werkwoord behorend) voorzetsel vormt een voorzetselvoorwerp, en in die situatie gebruikt men "hen".

In de complexe situatie van het derde voorbeeld gebruiken sommigen met minder taalgevoel tegenwoordig wel "De tijd dringt voor zij die gaan sterven". Het vervoegen naar grammaticale functie wordt dan geheel achterwege gelaten om het dilemma tussen "hen" en "hun" te omzeilen, en men laat het bij de onderwerpsvorm. Maar omdat er sprake is van een weliswaar samengesteld voorzetselvoorwerp ("voor hen die gaan sterven"), moet "zij" veranderen in "hen". Deze mensen kunnen enerzijds grammaticale functies niet goed aanvoelen, maar anderzijds missen ze de logica om consequent te zijn in hun gebruik van de onderwerpsvorm; zelden hoort men hen verzuchten "Vervoegen is voor ik te moeilijk!", laat staan zingen "Huilen is voor jij te laat!".

Als meewerkend voorwerp: Hun

Dit is een moeilijk herkenbare situatie, omdat verwarring met het lijdend voorwerp mogelijk is. Er is geen voorzetsel waaraan men kan zien dat er sprake is van een indirect object; het meewerkend voorwerp is een indirect object zonder voorzetsel ervoor. Het voorzetsel is vaak impliciet of verzwegen. In de eerste zin hierboven vervangt "hun" "aan hen", zodat het voorzetsel impliciet is. Om bij twijfel vast te stellen of iets een meewerkend voorwerp is kan men proberen het impliciete voorzetsel expliciet te maken, dus het te vervangen door een voorzetselvoorwerp; als dat lukt is het waarschijnlijk een meewerkend voorwerp.

Een extra moeilijkheid is dat er twijfelgevallen bestaan tussen het meewerkend en het lijdend voorwerp. Er is een kleine overlap, een grijs gebied van situaties waarbij men niet zeker kan weten of iets meewerkend dan wel lijdend is. Maar twijfelgevallen mogen in het algemeen geen excuus zijn om het onderscheid dan maar helemaal niet te maken. Toch zijn er mensen die bewust in deze situatie - meewerkend voorwerp - "hen" gebruiken, ter vereenvoudiging van de regels, om de beslissing tussen meewerkend en lijdend voorwerp te vermijden. Het onvermogen dit onderscheid te maken is waarschijnlijk de grootste oorzaak van het feit dat bijna niemand "hen" en "hun" volgens de regels gebruikt.

Voor de complexe situatie van het derde voorbeeld geldt weer dat een recente tendens bestaat het vervoegen na te laten en te zeggen "Ik vertel het zij die gaan sterven".

Als lijdend voorwerp: Hen

Het lijdend voorwerp is het direct object, het object dat de handeling ondergaat, en de moeilijkheid is het te onderscheiden van het meewerkend voorwerp. Als hulpmiddel ter herkenning kan men proberen er een voorzetsel voor te zetten, of het te vervangen door een voorzetselvoorwerp; dat kan niet bij een lijdend voorwerp, en meestal wel bij een meewerkend voorwerp. Ook kan men proberen de zin in de lijdende vorm te zetten, waarbij het lijdend voorwerp tot onderwerp wordt: "Zij zijn door hem uit het brandende huis gered". Ook dat kan niet bij een meewerkend voorwerp, met dien verstande dat er twijfelgevallen bestaan.

Overzicht

SituatieTe gebruiken woord
OnderwerpZij
BezittelijkHun
VoorzetselvoorwerpHen
Meewerkend voorwerpHun
Lijdend voorwerpHen