Aanhalingstekens bij indirecte rede

© juni 2009 Paul Cooijmans

Introductie

Het foutief gebruiken van aanhalingstekens bij indirecte rede verraadt een gebrek aan taalgevoel en redeneervermogen in de "auteur". Hoewel hetzelfde geldt voor slechte kommaplaatsing, zijn de regels voor aanhalingstekens veel eenvoudiger en helderder, zodat men ook echt mag zeggen "Dat is fout!". Komma's zijn niet strikt gereguleerd, en onthullen daardoor des schrijvers niveau op een subtielere wijze die moeilijk strafbaar te stellen is.

Directe rede

Om deze, in onze schriftelijke taal van nature ingebouwde, verbale aanlegtest te verduidelijken moet eerst de directe rede begrepen worden; dit is het letterlijk weergeven van iemands woorden, waarbij het citaat en niets dan het citaat tussen aanhalingstekens gezet wordt:

Dit is zo gemakkelijk dat het doorgaans goed gaat, zij het dat niet allen begrijpen dat leestekens die tot het citaat behoren binnen de aanhaling geplaatst moeten worden, maar dat leestekens die deel uitmaken van de aanhalende zin buiten de aanhalingstekens horen.

Indirecte rede

Indirecte rede is het verwijzen naar de intentie, de betekenis, van iemands uitlating, waarbij constructies als "Hij zei dat..." en "Ze vragen of..." toegepast worden. De letterlijke woorden van de uitlating zijn dan niet essentieel en hoeven niet gebruikt te worden. Aanhalingstekens, in hun eigenlijke functie, zijn uit den boze voorzover er niet woordelijk wordt aangehaald:

  1. Zij zegt dat ik de hond vaker moet aanhalen.
  2. De baas vraagt of we vandaag een uur vroeger kunnen beginnen met het afsteken van aspergescheuten.
  3. De commissie roemde zijn werk en noemde hem een "groot genie".
  4. Hij zei dat ik eruit zag als een "geslagen hond".
  5. Men spreekt daar minachtend over mij, en vergelijkt mij daarbij met een "ezel".

In de eerste twee gevallen wordt geheel niet aangehaald. Als er al aanhalingstekens gebruikt worden bij indirecte rede is dat rond een los woord of zinsdeel dat wél letterlijk geciteerd wordt (3.), of rond een zinsdeel dat een vaste uitdrukking is die ook in het algemeen wel tussen aanhalingstekens geplaatst wordt (4.), of rond een woord of zinsdeel dat niet letterlijk maar bijvoorbeeld spottend bedoeld is (5.). In die laatste twee gevallen is geen sprake van echt aanhalen maar van lichte nadruk, vergelijkbaar met cursivering.

Aanhalingstekens bij indirecte rede

De typische fout die bij indirecte rede gemaakt wordt is het plaatsen van aanhalingstekens om een fragment dat meerdere zinsdelen behelst en geen letterlijk citaat is, en dat laatste ook onmogelijk kan zijn omdat het overduidelijk tot de grammaticale constructie van de huidige zin behoort:

Aangezien de uitspraken waarnaar verwezen wordt "Je moet de hond vaker aanhalen" en "Kunnen jullie vandaag een uur vroeger beginnen met het afsteken van aspergescheuten?" geweest moeten zijn, staan de aanhalingstekens in deze twee voorbeelden niet om een citaat (directe rede) maar om een gedeelte van de zin waarin de indirecte rede beoefend wordt. Directe en indirecte rede worden verward. Dit is kenmerkend voor mensen die geen schrijvers zijn, maar bijvoorbeeld voor hun werk, school, of vereniging een verslag over het een of ander moeten inleveren. Het is echter ook heel gebruikelijk in lokale nieuwsblaadjes en kranten, en zelfs in de landelijke dagbladen. Men wil dan de indruk wekken dat iets of iemand geciteerd wordt, maar mist de verbale begaafdheid om aan te voelen dat "dit niet kan".

De meest extreme gevallen van aanhalingstekens bij indirecte rede treden op in verslagen van bijvoorbeeld hulpverleners met cliënten, patiënten, of arrestanten. Er bestaan dan veelal expliciete instructies om aanhalingstekens te gebruiken waar men de woorden van de cliënt weergeeft, en dit "moeten" leidt ertoe dat men over een in de indirecte rede geschreven tekst nog snel wat aanhalingstekens strooit:

Ja, dan lopen echt de rillingen over je rug. Of, zoals men soms hoort, "Daar staat je verstand bij stil". Ook zegt men wel dat "de haren je te berge rijzen". Tenslotte spreken enkelen "van de adem die in de keel stokt", "de broek die daar van af zakt", of de "klomp die me nou breekt".