Opmerking (2006): Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Tafel Berichten.
Alweer enige maanden geleden werd in dit blad een oproep gedaan hoogkwalitatieve kopij in te sturen. Omwille van de diversiteit werd gesuggereerd dat leden over hun vak- of interessegebied zouden schrijven. Graag wil ik mijn bescheiden talenten hiertoe aanwenden, al staat de van mij zo bekende nederigheid niet toe te pretenderen dat dit artikel kwaliteitskopij is. Als onderwerp neem ik de bezigheid die ik al vijftien jaar op de meest pure manier beoefen: componeren.
Onder "componeren" versta ik: met muzikale middelen een werk scheppen dat een weergave of uitvloeisel is van wat leeft in des componists bewustzijn. Muzikale middelen zijn toonhoogte, klank, tijdsduur en luidheid. De omzetting van bewustzijnsfenomenen in klanken geschiedt in beginsel intuïtief, wat niet wil zeggen dat er geen beredeneerde structuur aangebracht wordt. De kunst van componeren is juist om én die intuïtieve omzetting te realiseren, én een hechte structuur te verkrijgen (de noodzaak daarvan leg ik verderop uit), wat impliceert dat elke noot een dubbele functie krijgt: de "intuïtieve" functie en de structuurfunctie. Dit is vergelijkbaar met het schrijven van literatuur waarin elk woord zowel als beeldspraak als letterlijk een relevante betekenis heeft, of het tekenen van een plattegrond van Londen, die op zijn kop een plattegrond van Parijs is. Het lijkt onmogelijk, maar met superieure materiaalbeheersing en het zich steeds bewust zijn van motief én achtergrond kan het. Zelfs na decennialange arbeid en studie bereiken slechts enkele componisten dit niveau, en voor de meesten is ook maar het begrijpen van de probleemstelling te hoog gegrepen. Met zit vast in het óf-óf-denken: óf intuïtief óf gestructureerd. Maar én-én is wat het moet zijn.
Dit is moeilijk begrijpbaar, en ik besef dat ik mijn nek uitsteek door het te schrijven. Want wat men niet begrijpt verslijt men vaak gemakshalve voor wartaal. Men moet niet denken dat ik dit "geleerd" heb op het conservatorium. Dit zie je zelf in... of niet.
Het gevoel van harmonie en eenheid, waarvan men zegt dat het optreedt bij het aanschouwen van bepaalde kunstwerken, duidt er mijns inziens op dat de kunstenaar geslaagd is in het hierboven beschrevene, terwijl tevens de waarnemer kennelijk het vereiste bevattingsvermogen bezit. Want aangezien muziek een weergave is van wat leeft in de componist, zal de kunstuiting van een extreem intelligent individu slechts bevat kunnen worden door een luisteraar met eenzelfde abstractievermogen. Muziek is geen universele wereldtaal. Zij gaat weliswaar over landsgrenzen, maar een feit blijft dat elke componist door zijn muziek in de eerste plaats geestverwanten aanspreekt. Muziek "die iedereen mooi vindt" bestaat niet. Aanstellers zonder karakter trachten echter uit winstbejag die toch te schrijven, met als gevolg dat het grote publiek een verwrongen beeld heeft van wat muziek in diepste essentie is. Ter compensatie enkele klinkende voorbeelden:
Zonder in technische details te treden zal ik wat concreter vertellen hoe componeren in zijn werk gaat: na een jarenlang louteringsproces, waarin al wat niet eigen is afgeschud wordt, bereikt men het punt waarop men intuïtief weet welke klanken, tooncombinaties en ritmen geschikt zijn het idioom te vormen waarmee men gaat componeren. Uit dat materiaal kan men spelenderwijs een compositie vormen, tot een tijdsduur van ongeveer vijfenveertig seconden. Deze zal de sensitieve luisteraar diep raken, en de botte barbaar doen braken. Met kracht waarschuw ik dat ongelouterden dit niet moeten proberen: het resultaat zal slechts een aaneenplaksel van tijdens het leven gehoorde cliché's uit bestaande deuntjes zijn, hoewel men zelf denkt iets origineels gemaakt te hebben. Deze brouwsels zijn gruwelijk. Het louteringsproces is essentieel.
Wanneer men de vijfenveertig seconden overschrijdt, merkt men dat er problemen ontstaan met de tijdbeleving. Het stuk wordt als te lang of te kort ervaren, de vorm wordt topzwaar. De intuïtie is niet in staat zulke lange gehelen te omvatten. Daarom hanteren componisten al sinds (minstens) de Middeleeuwen intelligente technieken om tot langere vormen te komen. Simpel gezegd: op lokale schaal (seconden) vindt men intuïtief de noten, op grotere schaal (minuten) brengt men rationele structuren aan, die veelal gebaseerd zijn op bewerkingen als herhaling, gewijzigde herhaling, verlenging en verkorting, volgordeverandering, toonhoogteverandering en getalmatige manipulatie. Sommigen slagen erin de grote structuur tot in het lokale niveau te laten doorwerken, wat het toppunt van materiaalbeheersing is, want elke noot krijgt dan de eerder genoemde dubbele functie te vervullen.
Voor het publiek is het vaak schokkend te vernemen dat componisten hard werken en diep nadenken; liever gelooft men dat plotse inspiratie het meesterwerk in een oogwenk doet ontstaan. Helaas. Maanden tot jaren kost het een stuk van enige omvang te voltooien. Tenzij men de tramrails van een bestaande stijl berijdt, dat gaat sneller. Stuitend hoe gladde nitwitten het ene na het andere reeds lang versleten cliché nog eens door de pers halen, en zich ondertussen schaamteloos als vernieuwers laten huldigen. En de epigonen van zulke valsemunters verwerven zo mogelijk nóg grotere roem.
Structuren die ikzelf in het verleden in mijn composities verwerkt heb zijn fractals en "genetische" mechanismen. De laatste jaren hanteer ik een door mij ontworpen systeem om muzikale figuren te laten corresponderen met meetkundige objecten. De klinkende muziek heeft een verborgen achtergrond in de platonische hemel van punten, lijnstukken, driehoeken en veelvlakken. Ik benadruk dat het om wiskundig berekende verbanden gaat, niet om beeldspraak. Ook is er een correspondentie tussen het door de luisteraar ervarene enerzijds en de topografische eigenschappen van de figuren anderzijds (Tafel Berichten 376, pagina 17).
Voor velen zal dit de eerste kennismaking met het verschijnsel componeren geweest zijn. Men denkt tegenwoordig immers dat muziek van een schijfje komt. Hooguit zullen sommige van de oudere lezers wel eens gehoord hebben dat in vorige eeuwen gecomponeerd werd. En inderdaad is het aantal ware componisten in deze tijd snel geteld. Artikelen als dit zal men daarom niet vaak tegenkomen. Lees het dus nóg maar eens.