In 1993 werd ik lid van de IQ-vereniging Tafel, en begon ik artikelen in te sturen voor het clubblad. Hieronder mijn eerste inzendingen.
Tussen menselijke geest en muziek bestaat een wisselwerking. Doorgaans neemt men aan dat deze intuïtief van aard is en niet vatbaar voor uitputtende analyse, laat staan synthese. Ik meen echter althans een aspect van deze wisselwerking ontrafeld, of tenminste een begin daartoe gemaakt, te hebben.
Volgens een door mij ontdekte methode zet ik muzikale structuren op strikt deterministische wijze om in meetkundige objecten, en omgekeerd. Er blijkt dan een correspondentie te zijn tussen de topografische eigenschappen van de objecten enerzijds en het intuïtief ervarene bij het beluisteren van de muzikale structuren anderzijds.
De details van de methode geef ik hier niet omdat dat veel plaats in beslag zou nemen, terwijl ik niet weet hoeveel lezers zich zouden willen verdiepen in deze combinatie van muziektheorie en wiskunde op een hoog abstractieniveau. Ik heb er echter een dertig pagina's tellend traktaat over geschreven dat ik een geïnteresseerde enkeling wel ter inzage wil geven. Mocht er belangstelling zijn, dan zal ik niet aarzelen alsnog in een lang artikel uitleg te geven.
Voor de ongeduldige compromisloze volharders onder de wiskundig onderlegde muziektheoretici geef ik alvast een voorbeeld, zodat zij zelfstandig mijn methode kunnen herontdekken. De opgave luidt uiteraard: vind het verband tussen het meetkundige object en de muzikale structuur. Ik vermoed niet dat dit zal lukken!
Lieshout, 13 oktober 1993.
Ik kreeg één reactie. Het in het artikel bedoelde voorbeeld wordt hier niet herhaald, maar men kan meer voorbeelden vinden in het traktaat en in dit artikel.
Dit was mijn eerste artikel voor de Tafel Berichten, en tevens mijn eerste ervaring met het verwoestende effect dat een slechte redactie op een goede tekst heeft; kommaplaatsing en woordvolgorde werden veranderd zodat wartaal het gevolg was, en vele andere misselijkmakende zaken deden zich voor.
Niemand gelooft het, maar ik kan me volkomen helder herinneren wat ik dacht, zei, zag, voelde, hoorde en proefde toen ik als baby van negen maanden in de wieg lag. Zo riep ik bijvoorbeeld: "Ut!" als ik eruit wilde, wist dan dat het "Uit!" moest zijn, en vond het vervelend dat ik de "ui" niet kon uitspreken. Ook ergerde ik mij aan de kromtaal waarin men tegen mij sprak, en hoorde ik dat men onderling een heel ander taaltje - dialect - brabbelde.
Ik wil graag weten of meer mensen zulke herinneringen hebben. Misschien schrijf ik er zelfs een boekje over, als er genoeg gegevens binnenkomen. Overigens denk ik dat mensen met deze herinneringen van grote waarde voor de wetenschap kunnen zijn. Zelf beschik ik over directe kennis omtrent de ontwikkeling van mij persoonlijkheid tijdens de eerste maanden en jaren van mijn leven. Dit moet gigantisch interessant zijn voor psychologen zou ik zeggen, maar verbijsterend genoeg heb ik de ervaring dat zelfs zij ijskoud ontkennen dat iemand herinneringen aan zijn babytijd kan hebben.
Het zij zo; ik ga niet leuren met mijzelf, het is graag of niet. Als je je eigen verhaal in deze kwijt wilt, schrijf mij dan. Ik zal het uiteraard niet zonder nader overleg gebruiken in een eventueel te schrijven boek.
In naam der waarheid,
Paul Cooijmans
Ik kreeg enkele reacties, en nog wat meer toen ik later een oproep in het internationale tijdschrift van Tafel plaatste. Het resultaat is nu in de vorm van een artikel beschikbaar.
Wanneer men het gevoel heeft een bepaalde situatie of gedachtegang al eerder meegemaakt of gemaakt te hebben, terwijl dat niet zo is, heet dat een déjà vu-ervaring. Ik heb zulke ervaringen zeer veel gehad, vaak meerdere per week, minstens enkele per maand, en vermoed dat zij door psychische spanning opgeroepen worden.
Fascinerend zijn de repeterende déjà vu's, waarbij ik het gevoel heb dat die bepaalde déjà vu-ervaring als zodanig al meerdere malen opgetreden is. De vraag is natuurlijk of dat écht zo is; misschien lijkt dat maar zo, en is die repeteerillusie een meta-déjà vu-ervaring.
Overigens kan ik mijn adem inhouden gedurende dezelfde tijd waarin ik hardlopend één kilometer kan afleggen, waarbij de eerste 721 meters in 127 (twee tot de macht zeven min één) seconden gaan. Niet tegelijk, maar dat leer ik ook nog wel. Timing gaat hier hand in hand met wilskracht, snelheid en uithoudingsvermogen. Ik kan mij helaas niet herinneren hoe vaak ik deze prestatie al geleverd heb, maar het moet meerdere malen zijn, dat voel ik.
Wacht even... heb ik dit artikel niet al eerder ingestuurd, redactie?
Lieshout, 25 augustus 1994
Dit artikel werd nooit geplaatst. Ik vermoed omdat men het niet begreep.
Ik heb een methode ontdekt om iemands persoonlijke gevorderdheid als hardloper in een getal - het HQ - uit te drukken. Met persoonlijk bedoel ik dat voorbijgegaan wordt aan de absolute waarde der prestaties, zodat factoren als aanleg en dopinggebruik uitgeschakeld worden. Top- en recreatiesporters zijn op deze HQ-schaal gelijkwaardig. Een reële en eerlijke competitie is daardoor mogelijk, zowel met zichzelf als met anderen.
De berekening is enigszins complex, maar dat mag voor de intellectuele hoogvliegers onder de hardlopers geen probleem zijn. HQ-meting vereist IQ; HIHI, als men begrijp wat ik bedoel. Men kan van mij gratis handleiding en scoreformulier krijgen, zodat men zelf zijn HQ kan meten.
De HQ-schaal begint op nul, en heeft geen gefixeerde bovengrens. Een score van 100 of meer indiceert absolute excellentie en is een overwinning op jezelf, in de letterlijkst mogelijke zin. Mijn HQ is nu (het kan met de tijd veranderen) 97, en ik mag meedelen dat dat a hard act to follow is.
Die paar enkelingen die hierop gaan reageren - want alleen de crème de la crème van Tafel reageert op mijn volstrekt geniale (zelfdiagnose) artikelen - kunnen meedoen aan mijn Eeuwigdurende Spartatlon ter ere van allen die eraan deelnemen, met a-periodiek verschijnende uitslaglijst. De enige lijst ter wereld waarop namen en prestaties losgekoppeld zijn; men kan niet zien welke naam bij welke prestatie hoort. Men ziet slechts waar men zelf staat, doordat men immers zijn eigen HQ kent. Zijn naam op deze lijst weten is voorbehouden aan de absolute avant-garde, in de letterlijkst mogelijk zin.
Ik kreeg enkele reacties, maar niemand deed mee aan de Eeuwigdurende Spartatlon. De bedoelde methode is niet meer in gebruik of beschikbaar.
Zeer geachte mede-Tafelridders!
Ik ga u een bekentenis doen die zo ernstig is, dat velen van u zich vomerend zullen afwenden:
Ik heb nog nooit gelogen. Ik heb nog nooit gestolen. Ik heb nog nooit mishandeld.
Ook aan andere vormen van wangedrag heb ik mij nooit schuldig gemaakt, niet één enkele keer. Ik ben mij er diep van bewust dat dit een schandelijke perversiteit is. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die ook aan deze bizarre afwijking leed, en iedereen met wie ik mijn geval besproken heb heeft mij op het hart gedrukt dat ik mij zeer, zéér diep moet schamen.
Maar ben ik écht die ene op zes miljard? Of herkent iemand zich in mijn ziektebeeld? Laat het weten, dan kunnen we een schatting maken van de frequentie waarmee dit verschijnsel zich voordoet. Eén op duizend? Tienduizend?
En - oja! - weet iemand hoe ik mij zo snel mogelijk kan aanpassen aan de heersende onwaarachtigheid in onze "samenleving", zodat ik normaal kan functioneren? Laat het dan vooral niet weten!
Vergeet het, zo snel mogelijk!
Vergeet het!
Lieshout, 6 september 1994
Hierop kreeg ik één reactie van iemand die gelijkaardige ervaringen had.
Om lid van Tafel te kunnen worden moet je op een test bij de beste twee procent zitten. Vind ik een milde eis, ik schat mijzelf vérrrrr in het hoogste promille in. Maar het is nog erger dan het lijkt! Je hoeft slechts op één test bij de beste twee procent te zitten. En er zijn veel tests: verbaal, numeriek, afbeeldingen, etcetera. De hoogste twee procent groepen daarvan overlappen elkaar slechts gedeeltelijk, zodat al die groepen samen méér dan twee procent van de totale bevolking zullen uitmaken. Even nadenken, maar het is waar. Méér dan twee procent komt dus theoretisch in aanmerking voor Tafel.
Bovendien: testscore is ook afhankelijk van geoefendheid, motivatie, vorm van de dag enzovoort. Die factoren kunnen een winst tot ± 15 IQ-punten veroorzaken, zodat in feite een bovengemiddeld intelligent mens (IQ 115 of hoger zeg maar) met motivatie op een goede dag de Tafelnorm zal kunnen halen. Het is dus een mythe dat Tafelridders superintelligent zijn. Sommigen van jullie wisten dit al, maar zouden het misschien liever geheim gehouden hebben. Helaas, nu is het uitgelekt!
Dit verklaart ook waarom Tafel als denktank faalt: daarvoor zijn immers genieën nodig. En de concentratie genieën binnen Tafel is wellicht niet hoger dan die binnen de totale bevolking.
Ach, het leek zo mooi toen ik nog geen lid was: een club van superintelligenten, daar hoor ik thuis, dacht ik. Daar zal ik eindelijk onder mijn gelijken zijn, daar zal ik eindelijk begrepen worden!
Forget it but.
Want aangezien ik mijzelf vérrr in het hoogste promille inschatte, begreep ik met zo'n toelatingsnorm ook bij Tafel tot de hoge uitzonderingen te behoren. Maar er is hoop: er schijnt een International Society For Philosophical Enquiry te bestaan, met een toelatingseis van 99.9. Ik zou graag willen onderzoeken of dat is wat het belooft te zijn, maar helaas blijkt de Tafeltoelatingstest niet tot het hoogste promille te kunnen meten, zodat ik niet weet of ik ervoor in aanmerking kom. En instellingen en psychologen blijken mij niet te willen testen. Het lijkt moreel verwerpelijk te zijn zo hoog mogelijk te willen scoren. Hoezo kikkerland? Hoezo niet boven het maaiveld mogen uitkomen?
Dus: als er onder de lezers psychologen zijn die mij een test willen afnemen die wél tot het hoogste promille meet, houd ik mij aanbevolen.
Ik zal verslag uitbrengen van mijn belevenissen.
Dit artikel dateert van januari 1995, en werd gepubliceerd in Tafel Berichten 391. In de daaropvolgende maanden verschenen diverse negatieve niet-begrijpende reacties van Tafelleden, onder wie, als ergste nota bene, de toenmalige Tafelpsycholoog zélf, die er niets van bleek te begrijpen en mij met beledigingen, verdraaiingen, vervalste citaten en dergelijke in diskrediet trachtte te brengen. Ik kreeg niet voldoende gelegenheid mij te verdedigen; een door mij ingezonden tegenreactie werd gemanipuleerd om me onderuit te halen. Zie voor meer hierover The True Story of Mr Pants, Mr Young and Dr Cageman.
Overigens is het volkomen juist dat wanneer men de beste twee procent selecteert op elke van een aantal tests, men in totaal meer dan twee procent van de bevolking selecteert. Om precies te zijn:
Wanneer men de hoogst scorende n % selecteert op elke van twee tests die r correleren, selecteert men C x n % van de bevolking, waarbij C = 2 - r2.
Enige tijd na dit artikel heb ik een test gevonden met voldoende hoog plafond (Mega Test), waarna ik lid geworden ben van een aantal verenigingen met het 99.9de centiel als toelatingseis (One in A THousand Society, Triple Nine Society en Glia Society; de laatste werd door mijzelf opgericht in 1997).